U bevindt zich hier: HomeMontage en onderhoud

Montage en onderhoud

 

U bent op zoek naar een verdeler?
Of wenst u andere informatie?Contacteer ons

Montage profielen

Dakhelling

De minimum dakhelling bedraagt 5° of 8,7%.
Indien de helling kleiner is, dan dienen de volgende punten in acht genomen te worden:

  • dakpaneel uit 1 stuk = geen dwarsoverlapping
  • bijkomende dichting in de langsoverlapping met een voorgevormde butylstrip, naadverbinding + mechanische bevestiging iedere 0,40m
  • de plaat dient in het dal, op het hoogste punt, rechtop gebogen te worden
  • onder het dubbelnokprofiel moet er langs beide zijden van de nok een negatieve vulstrook (mousseband) voorzien worden (vulstroken)

Overlapping en waterdichtheid

Bij een dakhelling tussen 5° en 10° wordt een dwarsoverlapping van 200mm, met 2 kitsnoeren (butyl) als afdichting voorgeschreven.

Vanaf 10° gebruikt men een overlap van 200mm met één kitsnoer aan het einde van de bovenste plaat.

Plaatsing volgens overheersende windrichting

De langsoverlapping wordt geplaatst volgens de overheersende windrichting. De plaatzijde met de korte ribbe moet in een langsoverlapping steeds bovenaan liggen.

Omzettingstabellen

Formule om lengte C te bekomen:

Bevestiging

Steunbeugel in voorgelakt aluminium

Voor de bevestiging wordt het gebruik van een steunbeugel onder de schroef sterk aanbevolen. Dit voorkomt waterinsijpeling via de schroef en vervorming van de plaat. (bevestigingsmateriaal)

Dakmontage op houten gordingen

Bij dakmontage wordt bij voorkeur op de top van de golf bevestigd. Bij montage op hout is het niet noodzakelijk vóór te boren. Men kan met een scherpe doorslag een gaatje slaan en met zelftappende schroeven type A22, A32, A50, A80, A110, A130, A150, A170, A200 en A250 bevestigen. Aan het begin, het einde en de overlapping van de plaat wordt op iedere golf bevestigd. Verder worden de schroeven gelijkmatig verdeeld. (bevestigingsmateriaal)

Dakmontage op stalen gordingen

Bij montage op staal is het niet nodig vóór te boren, mits het gebruik van zelfborende schroeven type BZB25, BZB32, BZB65, BZB80, BZB100, BZB125, BZB145, BZB165, BZB200, BZB235 en BZB255. (bevestigingsmateriaal)

Dakmontage met haakbout en moer

Haakbouttypes: HB130/47, HB160/57, HB220/67. (bevestigingsmateriaal)

Wandmontage met stalen of houten gordingen

Bij wandmontage is het aan te raden iedere plaat vooraf loodrecht te plaatsen met een peillood of een waterpas. Op de overlapping en in het dal vastmaken. Pas daarna de vorige plaat geheel bevestigen. Zo voorkomt men vervorming of beschadiging. De wandplaten worden op ieder profiel vastgemaakt.

Montage van lichtstraten dak

  • De platen op de werven moeten volledig beschermd zijn tegen zonnestralen om eventuele vervorming door warmteophoping te vermijden. dit risico verdwijnt bij plaatsing.
  • Om een zaagsnede zonder braam te bekomen dient men als volgt te verzagen:
        met de hand: zaag met fijn blad en fijne tanden
        mechanisch: cirkelzaag met max. zaagsnelheid van 2500 toeren/minuut.
  • Naargelang de afstand van de bevestigingspunten zal de diameter van de in de polyesterplaat geboorde gaten steeds 2mm groter zijn dan de diameter van de bevstigingsschroeven. Hierdoor wordt beschadiging van de platen voorkomen bij uitzetting door temperatuurverschillen. Deze lengte-uitzetting doet zich meestal voor in de richting van de waterafloop van de profielplaten.
  • De afstand tussen de gordingen mag maximaal 1m20 zijn in een normale omgeving en 1m in blootgestelde gebieden (kust, bergstreek).
  • Schroeven of bouten mogen in geen geval direct op de polyesterplaat aangebracht worden, om vervorming van de plaat te vermijden. Daartoe worden aluminium steunbeugels gebruikt. Het aanschroeven zal tot tegen de plaat gebeuren, voldoende om het holle golfgedeelte tot tegen de plaat te brengen. Te strak aanschroeven zou vervorming van de golf kunnen veroorzaken.
  • De overlangse overlapping bedraagt één golf. De overdwarse overlapping bedraagt 200mm bij een helling van 8° tot en met 15° met kitsnoeren, 100 tot 200mm vanaf 15°.

Opgelet: op lichtstraten in polyester mag niet gelopen worden!

Montage geïsoleerde panelen

Bewerken, inkorten van de panelen

Voor het bewerken of inkorten van de panelen dient men gebruik te maken van een decoupeerzaag of cirkelzaag (metaalzaagbladen). Om een strak resultaat te verkrijgen is het noodzakelijk om te zagen langs een geleiding. De zaagresten dienen achteraf verwijderd te worden.

Bevestiging van sandwichpanelen

De panelen dienen aan de onder- en bovenzijde op iedere golf te worden bevestigd. aan de tussenliggende constructieregels mag men maximaal een golf overslaan. Probeer in deze tussenregels verspringend ten opzichte van elkaar te bevestigen. Voor de sandwichpanelen moet er speciale aandacht besteed worden aan het dampdicht plaatsen in een normale atmosferische toestand teneinde condensatie te vermijden. De sandwichpanelen hebben een PU-dichtingsband in de langskant voor een perfecte aansluiting. De panelen moeten goed aangedrukt worden. Het is aangeraden om een butylband te plaatsen bij alle aansluitingen op zijkanten, nokken, kopse aansluiting, op binnengoten enz. Bovendien is het nuttig om ook tussen gording en paneel een butylband te plaatsen. Hier vindt u enkele voorbeelden:

Montage dakpanplaten

Dakhelling

De minimum dakhelling voor de dakpanplaten bedraagt 8°.

Verwerkingsvoorschriften

Opslag

De dakpanplaten kunnen tijdelijk buiten opgeslagen worden (max. één maand). Bij voorkeur worden de platen afgedekt, mits er voldoende ventilatie is tussen de platen. De platen dienen om demeter ondersteund te worden.

Verwerking

De dakpanplaten worden op maat geleverd. Indien er versneden moet worden, moet men een knabbelschaar of metaalzaag met fijne tanden gebruiken. Het gebruik van slijpschijven of ander gereedschap met hoge slijpsnelheid is af te raden, want de slijpranden gaan dan gloeien en vernietigen verzinking en coating van de plaat. Gloeiende metaaldeeltjes vliegen rond en branden in de beschermlagen van uw plaat.

Nalakken

Elke beschadiging aan de oppervlaktelaag dient onmiddellijk met reparatieverf nagelakt te worden.

Reiniging

Alle boorvijsel en boorresten dienen zorgvuldig met een zachte borstel verwijderd te worden.

Tips

  • De plaat wordt het best horizontaal gedragen zodat de plaat niet plooit.
  • U kunt 2 balken vanaf de grond tot aan de muurplaat plaatsen om deplaat te ondersteunen bij het optrekken op het dak.
  • Betreed de platen steeds in het holle gedeelte van de golf.

Bepaling van de maten

De dakpanplaten worden op maat geleverd met een maximale lengte van 8m40.

Lengte

Meet de afstand tussen de bovenste en de onderste dakrand, en voeg daar de nodige centimeters bij, zodat het paneel buiten de onderste dakrand komt in de goot.
L = lengte dak + gootoverhang

Breedte

De nuttige breedte van de plaat bedraagt 1100mm. Het aantal platen wordt bepaald door de te dekken breedte te delen door 1100mm. Bij dakhellingen langer dan 8m40 worden 2 platen geplaatst in één vlak met de nodige overlapping. Daarvoor neemt men als onderste plaat een veelvoud van 350mm + 200mm overlapping. De bovenliggende plaat heeft als lengte de totale lengte van het dakvlak:
L - de totale lengte van de onderste plaat + 200mm.

Voorbeeld:
L = 10m of 10000mm en men neemt als onderste plaat een zelf te bepalen lengte als volgt:
15 pannen x 350mm (lengte van één pan) + 200mm overlapping = 5450mm
De hogerop liggende plaat heeft dan als lengte: 10000mm - 5450mm + 200mm = 4750mm

Dak met noordboomkap

Bij een noordboomkap maakt men een plan op schaal van elk dakvlak om het aantal en de maten te bepalen.

Dak met twee verschillende lengtes in één dakvlak

Men neemt eerst de maat L van het breedste dakvlak (vlak A). de maat van de langste platen is de lengte van de kortste plaat + een veelvoud van 350mm, totdat deze platen over de onderste dakrand komen. Deze platen in vlak B worden dan aan de onderste dakrand met aangepast gereedschap ingekort. Met deze methode wordt het aantal in te korten platen tot het smalste dakvlak beperkt.

Onderdak

Bij bepaalde toepassingen is het noodzakelijk een onderdak te plaatsen. Als onderdak kunnen wij u onze anticondensfolie aanbevelen die alle damp van binnen uit doorlaat, maar volledig waterdicht is zodat de condens die zich vormt aan de onderzijde van de plaat afgevoerd kan worden tot in de goot. Hiervoor moet er wat ruimte vrij zijn tussen het onderdak en de panlatten. Daarom moeten er op de langsrichting van het onderdak tengellatten geplaatst worden.

Pan- en tengellatten

Op het onderdak worden eerst tengellatten geplaatst. Op de tengellatten worden panlatten bevestigd op een afstand van 350mm van het midden van een panlat naar het midden van de volgende. Opgelet: onder de eerste zij pannen aan de gootzijde worden 2 panlatten geplaatst waarvan de onderste 1cm dikker is dan de andere. De overige panlatten worden op het einde van iedere pan bevestigd.

Bevestiging

De bevestiging gebeurt met zelfborende schroeven van 4,8 x 35mm, verzinkt en gelakt in de kleur van de platen, en voorzien van een afdichtingsring met neopreen. De schroeven worden bevestigd in het dal en juist onder de knik van de pan. De platen worden bij de onderste en bovenste rij en in de overlapping in iedere pan bevestigd. De overige schroeven worden afwisselend aangebracht; men rekent op een gemiddelde van 10 schroeven per lm. Bij de overlapping kan men boven op de golf juist voor de knik in de plaat, plaat op plaat aan elkaar schroeven, teneinde een mooie aansluiting te bekomen.

Montage van de dakpanplaten

Het monteren gebeurt van rechts naar links en van onder naar boven. Controleer als het dak haaks is. Meet de diagonalen van hoek tot hoek. Als deze verschillend zijn is het dak niet haaks. In dat geval moet de plaat zo gelegd worden dat de onderkant van deplaat de onderste dakrand volgt. Kleine afwijkingen kunnen opgevangen worden door de windveren en nokken. Het is aangeraden eerst een aantal panelen op het dak open te leggen zodat de onderzijde evenwijdig loopt met de dakrand. Bij bredere dakvlakken legt men de eerste plaat uit de hoek schuin naar rechts en laat men de andere aansluiten.

Montage van hulpstukken

Gootslab of muurplaatafwerking

Voor afwerking van de dakrand of goot wordt een muurplaatafwerking gebruikt. Tussen de gootslab en de platen worden dichtingsprofielen gebruikt.

Vlakke platen en hoeken

Vlakke platen van 1250 op 2000mm, evenals diverse hoeken op maat geplooid, zijn verkrijgbaar in dezelfde kleuren als de platen.

Nokpan

De nokpan wordt rechtstreeks op de top van de golf vastgeschroefd met zelfborende schroeven. Onder de nokpan wordt eventueel een waterafsluitend dichtingsprofiel aangebracht.
Bij Permapan moet men de dampdichtheid van de nok goed verzorgen teneinde condens te vermijden. Daartoe plaatst men een ondernok en wordt de opening tussen de panelen met een isolatie opgevuld.

Vulstroken

positief profiel: afdichting tussen de muurplaat en dakpanplaat

vlak profiel: afdichting tussen randslab en plaat

negatief profiel: afdichting tussen nokpan en dakpanplaat

Noksluitstuk

Het noksluitstuk wordt aan de uiteinden geplaatst en vastgeschroefd. De naden worden afgedicht met een siliconen kit.

Randslab (windveer)

Voor afwerking van de zijgevels zijn randslabben (windveren) verkrijgbaar in lengtes van 2m10. Eventueel plaatst men een profielvuller tussen de pan en windveer.

Kilgoten

Kilgoten worden geleverd in lengtes van 2m10. De minimale overlapping is 15cm

Pijpdoorvoeren 'Pipeco'

Cylindervormige pijpdoorvoeren garanderen een waterdichte verbinding op plaatsen waar rook of damp door het dakoppervlak moet komen. Ze zijn gemaakt van EPDM-rubber. In de pijpdoorvoer wordt een gat kleiner dan de buitendiameter van de buis gemaakt. De doorvoer wordt over de buis getrokken en afgedicht. De pipeco wordt met zelfborende schroeven door de vervormbare aluminiumwand vastgeschroefd na een afdichtingskit te hebben aangebracht.

Mansardedak

Bij een mansardedak past het onderste stukje van de dakpanplaat boven op het begin van de volgende plaat.

Montage Romaanse dakpan VB

Bij aanvang van de montage, dient men aan de gootkant bevestigingsplaatjes te monteren. Dit vindt plaats iedere 250mm, overeenkomstig met het dal van de golf van de dakpanplaat. Men heeft dus 4 plaatjes nodig per dakpanplaat.

Een eenvoudige bevestiging is mogelijk via een speciaal lipje met een geponst gaatje. Tijdens het vastschroeven plooit het lipje zich en maakt zo een bevestiging aan de plank mogelijk. Op die manier wordt de plaat aangespannen.

De voglende plaat wordt er over gehaakt (dwarsoverlap) en sluit perfect aan. De 3D-snijvorm volgt de dakpanvorm, zodat de overlap praktisch onzichtbaar is. Duw de plaat voldoende naar boven zodat de overlap volledig dicht is.

Gebruiksaanwijzingen

Behandeling

  • Draag bij voorkeur de platen één voor één met twee personen.
  • Platen tot 6m lengte kunnen gelost worden met een vorkheftruck.
  • Platen vanaf 6m moeten gelost worden met een kraan. Extra ondersteuning en tijdelijke randbescherming is aangewezen om vervorming te voorkomen.
  • Voor platen vanaf 10m dient een evenaar gebruikt te worden met voldoende hijsbandenn ter verdeling van de last.

Opslag- en voorzorgsmaatregelen

Stockeer uw platen droog. Onder een afdak is een goede, doch slechts tijdelijke oplossing.

Bij opslag in de open lucht: zorgen voor helling zodat er geen water tussen de platen kan blijven staan.

op werf: bij voorkeur stockeren onder een zeil en voor voldoende ventilatie zorgen.

Lichtstraten mogen nooit opgestapeld aan de zon blootgesteld worden. Stockeer altijd onder een zeil!

Langdurige stockage (vanaf één maand) moet binnen en vochtvrij gebeuren!

Bewerking

  • Geprofileerde staalplaat kan het best versneden worden met een elektrische knabbelschaar of een cirkelzaag met passend toerental en zaagblad. Gebruik nooit een slijpschijf. de slijpranden gaan dan gloeien en vernietigen de verzinking en de coating van de plaat. Gloeiende metaaldeeltjes vliegen dan rond en branden in de beschermlagen van uw plaat.
  • Alle metaalrestjes (boorspanen) dienen tijdens de montage zo vlug en zo grondig mogelijk van de platen te worden verwijderd anders veroorzaken ze blijvende schade.

Reiniging

Mochten de geprofileerde platen bij de montage vuil zijn geworden, reinig ze dan uitsluitend met overvloedig zuiver water en een zachte borstel.

Transport

Onze verkoop gebeurt steeds af fabriek. Als service aan onze klanten kunnen we bij u leveren na afspraak met onze commerciële dienst. Klachten inzake verborgen fouten of beschadiging dienen ons uiterlijk binnen 7 dagen na levering en vóór de montage gemeld te worden.